Poëzie

Vrede in je hart

 

De randen van de oorlogen in deze tijd

Bestaan uit gestorven mensen

Tijdens jaren, decennia, eeuwen vol worsteling

 

Uit liefde voor die mensen

In naam van hen:

Leg de wapens neer 

En kom in het reine 

Met alles wat jou tegenhoudt en onderdrukt

Om vrij te zijn

 

Zoek naar nieuwe wegen

Met hen in gedachten

En met vrede in je hart

 

 

 

Tederheid

 

In dit huis geen vragen meer

In deze kamer geen verlangen meer

In dit hart geen zoeken, geen angst

 

In mij alleen nog tederheid,

Tastbaar als tranen die alleen komen

Als mijn ziel naakt durft te zijn,

In het licht van jouw dromen

 

De ziel, een wonder

 

De mensen, ze stromen

Door straten van verdriet

De handen, ze zoeken

Ze zoeken, maar vinden niet

 

Dus laat je licht schijnen

Een engel staat klaar

Laat je schaduw verdwijnen

En liefde is daar

 

Laat de zon schijnen

Een nieuwe dag breekt aan

De tijd is gekomen

Om op weg te gaan

 

Laat je licht stralen

Open je ogen

Laat je stem horen

En de hemel breekt open

 

Kwetsbaarheid

 

Een gift waar je nooit om hebt gevraagd

Een vijand bij conflict en innerlijke onrust

Een vriend op een warme dag in augustus

 

Zalig verlang ik om kwetsbaar te zijn

In de armen van jouw vlees en bloed

Ik ken jou

Jij kent mij

We zullen sterk zijn in de langzame uren van kwetsbaarheid

 

Een goede dag

 

Heb een goede dag

Zorg voor de lindebomen

Maal niet langer om de oeroude eik

Er is brood op de plank,

We hebben onderdak

En tevreden moeders,

Terwijl de kinderen verstoppertje spelen

Lachende toekomst op een bed van rozen

Heb een goede dag

 

 

Hier ben ik weer (lied aan de Duivel)

 

Hoe jij mij stuk maakte

Roekeloos en zonder genade

Hoe jij aan mij voorbij ging

Achteloos en zonder mededogen

Hoe jij mij ontkrachtte

Van al mijn dromen

Van al mijn wensen

Van al mijn geloof

 

Wat zul jij eenzaam en verlaten zijn

Wie heeft jou zo in de steek gelaten?

 

Ik zal je niet missen

Verlost ben ik van je

En dankbaar dat ik nog leef

En mezelf niet heb omgebracht

 

Dag zon

Dag ochtendgloren

Dag vrienden

Hier ben ik weer

 

Taal

 

Als een zetel om op uit te rusten

Als opgedroogde tranen

Als een wollen trui bij wintervorst

Als een brandende kaars in het donker

Als mosterd bij een Hemaworst

Als moeder, als vader, beiden starend in de haard

Als gestreken zakdoek, altijd bij de hand

Als bonsaiboom

Als teruggekeerde overwinteraar

Als onmetelijk grote salontafel

Zo dient de taal ons innerlijk zoeken